Risico's op agressie

Risicofactoren van agressie delen we op in drie groepen. Je vindt er bij de cliënt, de medewerker en de organisatie.

De cliënt

  • Bij een negatief zelfbeeld is de kans groot dat de cliënt zich sneller als slachtoffer ziet of sneller negatief reageert op frustratie.
  • Medicatie, alcohol of drugs kunnen stemmingswisselingen en agressie veroorzaken.
  • De medische achtergrond beïnvloedt iemands gedrag. Vorm hier een goed beeld van.
  • Sommige mensen reageren agressief wanneer ze onder stress staan. Ga na welke factoren stress veroorzaken.
  • Welke factoren verhogen het gevoel van machteloosheid? Denk aan: plaatsing, pesterijen en misbruik.
  • Iemand reageert sneller agressief op frustratie bij een lage frustratietolerantie.

De medewerker

  • Soms leidt je (non-)verbale communicatiestijl bij cliënten of je collega's tot gevoelens van onbegrip, frustratie of woede.
  • Je deskundigheid om met cliënten om te gaan bepaalt in sterke mate hun houding en gedrag. Denk maar aan luister-, observatie- en begeleidingsvaardigheden. Maar ook aan vaardigheden en technieken om agressie te stoppen.
  • Het is belangrijk dat je zicht hebt op eigen emoties, grenzen en stressoren. Want de manier waarop je ermee omgaat, bepaalt de manier waarop iemand op jou reageert.

De context/organisatie

  • De werkdruk bepaalt of je alert, paraat en aanspreekbaar bent voor je cliënten. Een hoge werkdruk houdt een risico in op agressie.
  • Afgeleefde gebouwen, rommelige ruimten, onvoldoende (privé)ruimte, afgelegen leefgroepen of slecht verlichte parkings werken agressie in de hand.
  • Het personeelsbeleid van je organisatie beïnvloedt het risico op agressie. Denk onder andere aan personeelsbezetting, slapende wacht, huisbezoekregeling, de urenbegroting, ondersteuning van jonge teams, mogelijkheid tot opleiding en vorming, competentiemanagement.
  • Kenmerken van je team beïnvloeden hoe je je voelt. Onderhuidse spanningen, je niet ondersteund voelen en een taboesfeer rond agressie geven je eerder een slecht gevoel. Mensen voelen dit aan. Dit bepaalt sterk hun houding tegenover je team.
  • In (semi-)residentiële organisaties spelen groepsgrootte, groepssamenstelling en het tempo dat cliënten moeten volgen een rol.
  • Andere risicofactoren in de organisatie: Rigide of onduidelijke afspraken en regels, bezuinigingen, grootschaligheid, weinig inspraak van medewerkers en cliënten, macht van bepaalde disciplines.
Vanuit je ervaringen met cliënten ben je zeker in staat om aan deze lijst risicofactoren toe te voegen. Doe de oefening in je team. Zo krijg je een goed zicht op de risico’s in je organisatie, concrete punten waar je op kan letten in je beleid. Klik hier voor een overzicht van risicofactoren.